Stadswandelingen >> Leiden >> Leiden door de eeuwen heen
Leiden door de eeuwen heen
Er was in de Gouden Eeuw maar een stad in Holland die zich enigszins kon meten met Amsterdam en dat was Leiden. De Nederzetting die in de 11de eeuw was ontstaan rondom de mysterieuze burcht, volgens sommigen gebouwd door reuzen, groeide in de 17de eeuw uit tot een van de belangrijkste textielcentra van Noordwest Europa. Het Leidse laken werd naar alle windstreken geëxporteerd, van Azië tot aan Zuid Amerika. De stad werd verfraaid met vele gebouwen die de nieuwe status tot uitdrukking moesten brengen. In deze wandeling worden de opkomst, bloei en ondergang van Leiden aan de hand van vele grotere en kleinere monumenten besproken.
De Middeleeuwen
Leiden werd rond het jaar 1000 gesticht op het punt waar verschillende waterwegen samenkwamen. Het was de aanwezigheid van het hof van de Graaf van Holland dat Leiden in de Middeleeuwen deed groeien. Aan de Gravensteen staat nog altijd de rechthoekige tufstenen woontoren die de graaf in Leiden liet bouwen. Direct hierachter staat de Pieterskerk. Dit was oorspronkelijk de privé-kapel van de graaf. De kapel werd op 27 juni 1121 door de bisschop van Utrecht aan Sint Petrus en Paulus gewijd. Precies op het punt waar twee Rijnarmen samenkomen liet de Graaf van Holland een heuvel opwerpen. In de 12de eeuw werd deze heuvel omgevormd dot een echte burcht. De burcht is een vreemde en bijzondere plek in Leiden. Er deden dan ook allemaal verhalen over de ronde.
Zo zou de burcht zijn gebouwd door Reuzen of dappere lieden zouden de burcht hebben gebouwd na wilde beesten te hebben verjaagd uit het Woud der Genade. De Graaf van Holland gaf Leiden in 1266 stadsrechten. In de daarop volgende eeuwen ontwikkelde de stad zich sterk. Het was vooral de textielindustrie die Leiden grote voorspoed bracht. Vanaf de 15de eeuw kreeg Leiden echter te maken met een enorme concurrentie uit Vlaanderen. Met de introductie van de zogenaamde 'nieuwe draperieën' veroverden de Vlaamse steden de markt. Aan de vooravond van de Nederlandse Opstand kampte Leiden dan ook met grote economische problemen.
De Nederlandse Opstand
Binnen de Nederlandse Opstand heeft het beleg van Leiden haast epische proporties aangenomen. Het beleg begon in oktober 1573. De stad was goed voorbereid en hield zonder problemen stand. In maart 1574 trokken de Spanjaarden zich terug en de Leidenaren gingen weer over tot de orde van de dag. Toen de Spanjaarden op 26 mei ineens terugkeerden braken er echter helse tijden aan. De stad had verzaakt zich voor te bereiden op een nieuw beleg en in de maanden die volgden werd de bevolking uitgehongerd. Steeds meer Leidenaren wilden capituleren, de situatie was ondragelijk. Willem van Oranje smeekte in zijn brieven de Leidenaren vol te houden. Hij wist dat de val van Leiden een belangrijk keerpunt voor de hele opstand zou kunnen betekenen. Ondertussen werden de dijken rond Leiden doorgestoken in de hoop dat over het water de Geuzenvloot de Spaanse kampementen zou kunnen bereiken. Maar helaas, het water steeg niet snel genoeg. De Geuzen vuurden onophoudelijk hun kanonnen om de bevolking van Leiden te laten weten dat hulp op komt was.
Op 29 september gebeurde het dan eindelijk; de lucht was pikzwart en hemelse regenbuien stortten zich uit over het land. De Almachtige God schoot zijn uitverkoren volk dan eindelijk te hulp. Het waterpeil steeg snel en de Geuzen richtten hun kanonnen op de Spaanse stellingen. Op 3 oktober 1574 werd Leiden ontzet. Het offer was groot geweest, maar een Gouden Eeuw lag in het verschiet. Als dank voor haar heldhaftig verzet gaf Willem van Oranje de stad een keuze. De stad mocht kiezen tussen een vrijstelling van belastingen voor 10 jaar of de stichting van een universiteit. De stad koos voor de universiteit en zo kreeg Leiden de eerste universiteit van Nederland. Deze werd ondergebracht in de in beslag genomen kloosterkapel van het Witte Nonnenklooster aan het Rapenburg. De voormalige kapel is tot op de dag van vandaag in het bezit van de universiteit.
De Gouden Eeuw
Na het beleg van Leiden verrees de stad als een feniks uit haar as. De Nederlandse Opstand zorgde voor een ware exodus van geschoolde textielarbeiders uit de Zuidelijke Nederlanden. Een groot deel van hen vestigde zich in de textielstad Leiden. Het waren deze immigranten die in Leiden de voorwaarden schiepen voor de Gouden Eeuw. Leiden groeide in de 17de eeuw van 26.000 inwoners in 1600 naar 70.000 inwoners in 1688. Na Amsterdam was Leiden de belangrijkste en rijkste stad van Holland. De textielproductie in Leiden richtte zich aanvankelijk op de productie van de 'nieuwe draperieën. Later ging men over op de productie van het veel kostbaardere en arbeidsintensievere laken. Het Leidse laken werd over de hele wereld geëxporteerd. Leidse lakenloodjes zijn gevonden van Zuid Amerika tot aan Japan.
In 1640 ontwierp Arent van 's Gravensande de Lakenhal aan de Oude Singel. De versiering in de gevel verwijst naar de verschillende onderdelen van de lakennijverheid. Boven de ingang staat bijvoorbeeld een volmolen. In het begin werd het vollen verricht door arbeiders. De vollers begonnen hun werk om twee uur 's nachts. Zij trapten het laken in een bad gevuld met aarde en urine om haar te laten vervilten. In het productieproces van het laken werd ook een groot aantal weeskinderen ingeschakeld. Zij begonnen om vier uur 's ochtends en werkten in donkere en vochtige ruimtes. Deze kinderarbeid was de donkere kant van die zo schitterende Gouden Eeuw.
Verval en herstel
Al in de late 17de eeuw waren de eerste tekenen van de op handen zijnde recessie zichtbaar. Stevige concurrentie vanuit het buitenland zette de prijzen van het Leidse textiel onder druk. Het was in de eerste helft van de 18de eeuw dat de textielnijverheid volledig instortte. Van de eens zo bloeiende lakenindustrie was aan het einde van de eeuw weinig meer over. Het inwoneraantal liep schrikbarend terug. Rond 1800 woonden er bijvoorbeeld nog maar 30.000 mensen in de stad. Het was dan ook stil geworden in Leiden. Vanaf de 19de eeuw herstelde de economie zich geleidelijk, maar aan het einde van de 19de eeuw had Leiden nog steeds maar 50.000 inwoners.
Dit was nog steeds een stuk minder dan in de gloriedagen van de Gouden Eeuw. Een opvallend 19de eeuws monument in leiden is de Hartebrugkerk. Deze opvallende katholieke kerk uit 1836 toont de katholieke emancipatie van de 19de eeuw. Op de gevel van de kerk lezen we Hic domus dei est et porta coeli (Dit is het huis van God en de poort van de hemel). In de volksmond wordt de kerk door echte Leienaren naar aanleiding van deze spreuk "De Koeliekerk" genoemd.