| |
|
| In deze wandeling door de Wallen en de Nieuwmarktbuurt staan bijzondere verhalen, legendes en gebeurtenissen centraal. Verhalen over wonderen en spoken, maar ook over het anatomisch onderzoek op ter dood gebrachte criminelen. |
 |

 |
|
| |
|
| De Oude Kerk staat sinds jaren en dag midden op de Wallen. In de middeleeuwen was de kerk gewijd geweest aan Sint Nicolaas. Sinterklaas was in de 4de eeuw na Christus bisschop van Myra. Een van zijn bijnamen was 'wonderdoener' omdat hij als geen andere heilige een indrukwekkende reeks wonderen op zijn naam heeft staan. Een van die wonderen speelde zich af voor de kust van Myra. Donkere wolken hadden zich samengepakt en spoedig raasde een storm over de open zee. Drie zeelieden waren met hun schip in deze stom verzeild geraakt.Zij hadden gehoord van de reputatie van de bisschop van Myra en riepen hem aan. |
De hemel brak open en in een wolk van licht kwam de Goedheiligman hen tegemoet. Door de regen, donder en bliksem bracht hij de zeelieden veilig naar de haven van Myra. De zeelieden gingen naar de kerk van Myra om hun dank te betuigen en daar stond Sint Nicolaas al met open armen op hen te wachten. Toen het wonder bekendheid kreeg, werd Sint Nicolaas de beschermheilige van een groot aantal havensteden. Ook de havenstad Amsterdam had Sint Nicolaas als haar beschermheilige en wijdde de hoofdkerk van de stad aan de Goedheiligman. |
 |
| |
|
| Sinds mensenheugenis zijn de Wallen een buurt van lichte zeden en vertier. De nabijheid van de haven maakte de buurt een aantrekkelijke uitgaanslocatie voor zeelieden. Op de Zeedijk en in de steegjes rond de Oude Kerk deden de prostituees hun werk. De dames luisterden naar gevleugelde namen zoals 'Noordse Kaat' of 'Anna in de stal'. De Amsterdamse prostituees waren berucht. Ze moesten immers opgewassen zijn tegen de ruwe zeebonken en hun mannetje staan. Volgens tijdgenoten behoorden zij tot de meest meedogenloze prostituees van de wereld.Ze moesten ‘brutaal zijn als de beul, kunnen drinken als ketters, stelen als de raven en vechten als een stier onder hypnose’. |
Vaak was prostitutie de regenten van de stad een doorn in het oog. Bordeelhouders, pooiers en prostituees werden regelmatig opgepakt en berecht. Het was echter water naar de zee dragen. Er werden in de 17de en 18de eeuw zelfs reisgidsen gedrukt die de bezoekers wegwijs moesten maken in de rosse buurt. Een van de bekendste is Het Amsterdams Hoerendom uit 1681 dat verscheidene herdrukken beleefde. De Wallen en prostitutie horen bij elkaar. De onthulling van Belle begin 2007, een ontwerp van de beeldhouwster Els Rijerse, is een eerbetoon aan al die dames van lichte zeden. |
 |
| |
|
| De Schreierstoren is een van de oudste gebouwen van de stad. De toren maakte deel uit van de middeleeuwse stadsmuur en werd in 1487 gebouwd. Vroeger stond de toren aan het open IJ. Het verhaal gaat dat zeemansvrouwen zich op de toren verzamelde wanneer hun mannen over het IJ richting de Zuiderzee uitvoeren. Het spreekt voor zich dat daarbij menig traan gevloeid is. Een vrouw kwam dag in dag uit terug naar de toren. Zij staarde uit over het IJ op zoek naar het schip waarop haar geliefde zou terugkeren. Dagen werden maanden en maanden werden jaren. |
Zij wist in haar hart dat zij haar geliefde niet weer zou zien. Op een dag kwam het bericht dat haar geliefde inderdaad gestorven was, maar de vrouw bleef terugkomen naar de toren. Zij huilde en huilde. Ze was uiteindelijk helemaal op. Op de toren blies zij haar laatste adem uit. In de wind zou haar schreien nog altijd te horen zijn. Het gehuil van deze en vele andere vrouwen zou de toren haar naam hebben gegeven, de Schreierstoren. Feit of fictie? In dit geval kunnen we helaas het verhaal naar het rijk der fabelen verwijzen. De toren heet Schreierstoren omdat de middeleeuwse stadsmuur op dit punt een scherpe hoek maakte. Het Oudnederlandse woord voor 'scherp' is 'screy'. Het was de toren op de 'Screye Houck' ofwel de Schreierstoren.
|
 |
| |
|
| In de Waag op de Nieuwmarkt bevindt zich een bijzondere ruimte; het anatomisch theater van het chirurgijnsgilde. In dit theater deden de chirurgijns hun onderzoek op de lichamen van ter dood gebrachte criminelen en ongedoopte kinderen. De allergrootste chirurgijn die ooit in Amsterdam werkzaam is geweest was Dr. Frederick Ruysch. (1638-1731). Ruysch was als kind al bezeten geweest van de menselijke anatomie. Hij ging mee met doodgravers om stiekem in het menselijk lichaam te snijden. In Amsterdam werd hij uiteindelijk hoofd van het chirurgijnsgilde en daar heeft hij zijn onderzoek tot in de laatste jaren van zijn leven voortgezet. |
Ruysch was internationaal bekend om zijn collectie preparaten die hij tentoon stelde in een soort museumpje aan de huidige Spuistraat. Daar konden bezoekers zich vergapen aan de pracht en complexiteit van het menselijk lichaam. Ruysch maakte van zijn preparaten ware kunstwerkjes. Het hoofdje van een kindje rust zacht op een kussentje. Het gevederde mutsje is waarschijnlijk gemaakt door de dochter van Ruysch. De met zorg gemaakte preparaten leverde Ruysch de eretitel 'Doodskunstenaar' op. |
 |