| |
|
| In deze wandeling lopen we door een van de bijzonderste buurten van de stad. Ooit uitgelegd als een park binnen de stad, nog steeds heeft de plantage met haar witbepleisterde huizen haar charme en landelijk karakter niet verloren. |
 |

 |
|
| |
|
| In de 17de eeuw was Amsterdam het economisch centrum van Europa. Dit leidde tot een enorme bevolkingsgroei en er werd besloten de stad grootschalig uit te breiden. De eerste uitbreiding vond plaats aan de westzijde van de stad, toen werd de grachtengordel tot aan de Leidsegracht aangelegd. Pas in 1662 besloot men de grachtengordel helemaal tot aan de oostzijde van de stad door te trekken. Na het zogenaamde rampjaar 1672 stagneerde de economie echter en daalde de vraag naar nieuwe percelen. Het stadsbestuur besloot vervolgens een deel van de oostelijke grachtengordel onbebouwd te laten en in te richten als 'Plantagie', een soort stadspark waar een ieder van de natuur kon genieten. |
De regels tegen het bouwen werden opgeheven in 1858 en de buurt raakte spoedig bebouwd met neoclassicistische huizen langs lommerrijke lanen. Er kwam ook een aantal culturele instellingen. Op de foto ziet u deArtis Schouwburg, gebouwd in 1892 en in 1894 omgedoopt tot Hollandsche Schouwburg. De beeldengroep in het timpaan toont ons de Muzen, gegroepeerd rond Venus, de godin van de schoonheid en een inspiratie voor elke kunstenaar. Van de Muzen, beschermgodinnen van de verschillende kunsten, is ons woord 'muziek' afgeleid. |
 |
| |
|
| Het is zonder twijfel de dierentuin Artis die de Plantage tot een van de bekendste buurten van Nederland maakt. In 1838 richtte Westerman samen met twee vrienden het genootschap Natura Artis Magistra op. De vertaling hiervan luidt: De natuur is de leermeester van de kunsten. Aanvankelijk was het een sociëteit met een museum dat vooral bestond uit geprepareerde en opgezette dieren. Daar kwam echter verandering in met de aankoop van de rondreizende menagerie van Van Aken in 1840. De menagerie bereikte reeds in 1839 de oevers van de Amstel, met aan kop de olifant Sjeik, gevolgd door 'de Persiaanse leeuw Nero, de tijgerin Atyr, het Afrikaanse leeuwenpaar Willem en Louise' en vele anderen. |
Een aantal welgestelde leden kocht de tuin 'Vrede is mijn Lust' aan de Plantage Middenlaan om de dieren te huisvesten. Artis was vanaf dat moment een echte dierentuin. In de loop van de 19de eeuw werden veel nieuwe dieren aangekocht en werden verdere uitbreidingen noodzakelijk. De dierentuin was in het begin uitsluitend toegankelijk voor leden van het genootschap. Pas later konden ook andere mensen naar binnen. |
 |
| |
| Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog woonden er ruim 160.000 joden in ons land, waarvan 80.000 in Amsterdam. Vrij snel na de capitulatie op 15 mei 1940 werden door de bezetter de eerste anti-joodse maatregelen uitgevaardigd. In snel tempo werd daarnaast een systeem opgebouwd om het mogelijk te maken de joden op te pakken en te deporteren. Om de deportatie te vergemakkelijken besloten de bezettingsautoriteiten begin 1942 dat alle joden uit een groot aantal gemeenten naar de Amsterdamse jodenwijken moesten verhuizen. Op 17 januari waren de joden uit Zaandam de eersten die gedwongen werden te verhuizen. Vanaf 3 mei 1942 moesten de joden in het openbaar een davidster op hun kleding dragen. Voor deze stukjes stof moest worden betaald en de aanschaf ging bovendien van het kledingrantsoen af. In de zomer van 1942 begonnen de razzia's en deportaties. Alhoewel deze deportaties werden georganiseerd door de bezetter, werden zij voornamelijk |
uitgevoerd door de Nederlandse autoriteiten en joodse instanties zelf. De Hollandsche Schouwburg was een van de plekken waar de joden in afwachting van hun deportatie werden samengebracht. Honderden mensen verbleven hier soms dagen achtereen. Vervolgens werden zij met tram 8 naar het Centraal Station gebracht. Van de 80.000 joodse Amsterdammers hebben er naar schatting slechts 10.000 de oorlog overleefd. Tegenwoordig is de schouwburg een herdenkingsplaats waar de herinnering aan de slachtoffers van een van de gruwelijkste gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis levend wordt gehouden. Tram 8 bestaat niet meer. Het is een te beladen nummer dat een van de zwartste bladzijden uit de Amsterdamse geschiedenis verbeeldt. |
 |
| |
|
| Het Aquarium aan de Plantage Middenlaan werd in 1881 gebouwd naar ontwerp van vader en zoon Zalm. Het gebouw is vormgegeven als een Romeinse tempel. De gemeente had Artis de grond aangeboden voor de bouw van het aquarium op voorwaarde dat het gebouw ook de laboratoria voor het zoölogisch onderzoek van de Gemeente Universiteit (nu UvA) zou huisvesten en dat alle dode Artis-dieren aan de universiteit ter beschikking zouden worden gesteld. Daarmee was het verbond tussen de gemeente en het genootschap een feit. Uiteindelijk ging zelfs de hele collectie dode dieren van Artis over op de gemeente. |
In het oostelijk deel van het aquarium huist tegenwoordig het Zoölogisch Museum van de Universiteit van Amsterdam, dat toegankelijk is via de hoofdingang van Artis. Het museum beheert ruim 13 miljoen objecten die merendeels worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Een van de bijzonderste 'objecten' is inventarisnummer ZMA 522. Het gaat hier om een opgezette Quagga, een zebrasoort die leefde in Zuid Afrika. Deze Quagga leefde van 9 mei 1867 tot 12 augustus 1883 in Artis, ze was de laatste Quagga op aarde. |
 |