Gedurende de 19de eeuw integreerde de grote middengroep steeds meer in de Nederlandse maatschappij. De economische groei van de 2de helft van de 19de eeuw bood hen nieuwe perspectieven. Vooral de spectaculaire groei van de Amsterdamse diamantindustrie in deze periode zorgde ervoor dat veel joodse arbeiders aan de slag konden en een armoedig bestaan achter zich konden laten. In 1879 openden de gebroeders Boas de grootste diamantslijperij van Europa. Er stonden 357 slijpmolens en er werd 10.000 karaat per week geslepen. Het grote aantal ramen voorzag de slijpers van voldoende daglicht. Vanaf de late 19e eeuw raakten de joodse arbeiders veelal in de ban van het opkomende socialisme. Samen met de 'Nederlandse' arbeiders trachtten zij betere arbeids- en leefomstandigheden af te dwingen. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was de Joodse emancipatie en integratie ver gevorderd.
|