| |
|
| Het is ruim 400 jaar geleden dat de VOC werd opgericht. Deze bijzondere wandeling voert u door de historische binnenstad en laat u kennis maken met de fascinerende geschiedenis van de VOC in Amsterdam. |
 |

 |
|
| |
|
| Sinds de oudheid bereikten de kostbare producten uit het Verre Oosten vie de havens van de Levant Europa. Sinds de Middeleeuwen voerden de Arabieren de producten via karavanen naar de havensteden, alwaar ze vooral door Venetiaanse kooplieden naar Europa werden gebracht. Deze handel was erg winstgevend en bracht Venetië grote rijkdom. In 1497-99 ondekte de Portugees Vasco da Gama echter de directe zeeroute naar Indië om de zuidpunt van Afrika. De Portugezen zetten hiermee de Venetianen buitenspel. Aan het einde van de 16de eeuw wisten de Hollanders via een slinkse weg de handen te leggen op een aantal Portugese zeekaarten. |
In 1595 vertrokken de eerste 4 schepen uit de haven van Amsterdam op de Grote Vaart. Drie van de vier schepen keerden na twee jaar terug, van de 240 benanningsleden waren er nog slechts 87 in leven, maar de zeeroute naar Indië was gevonden. In deze jaren werd een aantal verschillende compagnieën opgericht die handelden op Indië en die elkaar beconcurreerden. In 1602 verenigde de compagnieën zich in de VOC, en deze kreeg het octrooi om handel te drijven tussen Kaap de Goede Hoop en de Straat van Magalhães. Amsterdam werd de belangrijkste stapelplaats van kruiden en specerijen. Zoals u op de foto ziet houden straatnamen de herinnering aan het goud van de Gouden Eeuw levend. |
 |
| |
|
| De VOC bestond uit een zes kamers; Amsterdam, Zeeland, Hoorn, Enkhuizen, Delft en Rotterdam. De verschillende kamers werden bestuurd door in totaal 60 bewindhebbers. De kamer van Amsteram bestond uit 20 bewindhebbers en was de belangrijkste van de zes. Boven de kamers stond het 17 leden tellende college van bestuur, dat de Heren XVII werd genoemd. Amsterdam vaardigde 8 bewindhebbers af naar dit bestuurscollege. De Heren XVII hadden de feitelijke macht binnen de VOC. Lid zijn van dit college bracht een enorme rijkdom en status mee. |
In 1606 werd begonnen met de bouw van het Oost-Indisch huis aan de Nieuwe Hoogstraat. De beroemde architect Hendrick de Keyser is mogelijk de ontwerper van dit gebouw in de stijl van de Hollandse Renaissance. De Heren XVII vergaderden steeds 6 jaren in het Oost-Indisch Huis, en vervolgens 2 jaren in Middelburg. De kamer van Amsterdam zetelde hier permanent. Het Oost-Indisch Huis was in de 17de en 18de eeuw een van de belangrijkste toeristische trekpleisters van de stad. Bezoekers mochten er geregeld een handje peper ruiken. |
 |
| |
|
| De VOC stichtte gedurende haar bestaan een groot aantal handelsnederzettingen in Indië. Het bestuur van deze factorijen en gebieden die onder de invloedssfeer van de VOC lagen, lag bij de compagnie zelf. Zij was een souverein machthebber, en mocht zelf beslissen over oorlog en vrede. De VOC bezat een eigen oorlogsvloot en een reeks forten die het handelsimperium moesten beschermen. Momenteel wordt een van deze forten op Ceylon, het huidige Sri Lanka, door Nederlandse archeologen onderzocht. |
Hiernaast ziet u de kopie van de Oost-Indiëvaarder 'Amsterdam', gelegen bij het Scheepvaartmuseum. Het schip verging helaas op haar eerste reis in 1749 bij Hastings, aan de Engelse zuidkust. De gevaren van de lange reis naar Indië waren dan ook niet gering; stormen, ziekten en kapers eisten hun tol. Velen zouden nooit meer van hun reis op Indië terugkeren. Wie kent niet het verhaal van die dame die eindeloos, maar tevergeefs op haar man wachtte bij de Schreierstoren. Haar eeuwig schreien zou deze toren haar naam hebben gegeven. Een mooi verhaal, maar helaas een fabel. |
 |
| |
|
| De winsten die door de VOC in de eerste helft van de 17de eeuw werden behaald waren enorm. Dit bracht grote rijkdom met zich mee voor de bewindhebbers, alsmede voor de vele investeerders van de VOC. De investeerders van de VOC kwamen uit alle lagen van de bevolking; bakkers, slagers en huishoudsters deelden allen in de nieuw verworven rijkdom van de stad. Regenten, kooplieden en de gewone burger stonden in de eerste helft van de 17de eeuw nog zij aan zij, en maakten zo het economisch wonder van de Gouden Eeuw mogelijk. In 1661 verrees op het eiland Oostenburg, dat kort ervoor bij de laatste stadsuitbreiding aan de oostzijde van de stad was aangeplempt, het grootste gebouw van de stad. |
Het betrof hier het nieuwe magazijn van de VOC dat naar ontwerp van Daniël Stalpaert werd gebouwd. U ziet hiernaast, op een gravure uit omstreeks 1693, dit monumentale gebouw afgebeeld. De gevel van het gebouw had een lengte van 215 meter, een diepte van 23 meter en bestond uit vier verdiepingen met een zolder. Het magazijn diende voor de opslag van scheepsbenodigdheden en producten uit Indië. Wegens verwaarlozing stortte het kolossale gebouw in 1822 in. Desalniettemin zijn hedentendage voor diegenen die in de voetsporen van de VOC willen treden, de sporen van de VOC op Oostenburg onmiskenbaar. |
 |