Een van de belangrijkste categorieën objecten uit het oude Griekenland is het aardewerk. De prachtig beschilderde vazen werden geschonken aan de goden of als geschenken aan de doden meegegeven. Zij zijn vaak nog in een fantastische staat, als ware ze gisteren gebakken. De afbeeldingen op het aardewerk brengen de Griekse oudheid tot leven. Verhalen die we kennen uit de literatuur worden hier verbeeld.
Een bijzondere amfoor in het museum is de Panathenaeïsche prijsamfoor uit ca. 510 voor Christus. Elke Griekse stad had in de oudheid haar eigen spelen. Bekend zijn de Olympische spelen. Zij werden in Olympia vanaf 776 voor Christus georganiseerd ter ere van de oppergod Zeus. In Athena werden spelen gehouden voor de stadsgodin Athena. Het ‘prijzengeld’ bestond uit amforen zoals deze, gevuld met olijfolie. Deze amfoor was voor het onderdeel hardlopen. De winnaar nam zijn trofee mee in het graf. De vaas, die aldus perfect is geconserveerd, is nu een van de topstukken uit het Allard Pierson Museum.
Een van de belangrijkste kunstvormen uit het oude Griekenland is de beeldhouwkunst. De antieke beeldhouwkunst was voor de kunstenaar van de Renaissance een bron van inspiratie. Kennis van de Griekse beeldhouwkunst is dan ook essentieel voor het juiste begrip van de Europese kunstgeschiedenis. Een van de verborgen schatten van het Allard Pierson Museum is de ‘gipsenzolder’. Op de zolder wordt een kostbare collectie gipskopieën van antieke beelden bewaard. Aan de hand van de kopieën kan de ontwikkeling van de Griekse beeldhouwkunst tot in detail worden gevolgd.
De Griekse beeldhouwkunst wordt in drie stijlperiodes verdeeld. In de 7de eeuw namen Griekse beeldhouwers het idee tot het maken van monumentale sculptuur over van de Egyptenaren. Zij sloegen echter een geheel eigen weg in. De periode die in de late 7de eeuw begint noemen we de archaïsche periode. Deze loopt tot de late 6de eeuw. De beelden kenmerken zich door een zekere stilering en verstilling die van de Egyptenaren werd overgenomen.
In de volgende klassieke periode van de 5de en 4de eeuw trachtte de beeldhouwer de ideale mens natuurlijk weer te geven. Vorm en inhoud stralen een zelfvertrouwen uit dat past bij de politieke situatie van deze tijd. Met de veroveringstocht van Alexander de Grote in de late 4de eeuw laten we de derde periode beginnen, het hellenisme. Aan de ene kant karakteriseert het Hellenisme zich door het grote drama, door emotie en beweging. Aan de andere kant is er nu ook voor het eerst ruimte voor de niet geïdealiseerde mens. In de 1ste eeuw voor Christus gaat de hellenistische kunst op in de Romeinse kunst. |